Merel Hoekenga werkt op Comenius Beroepsonderwijs Capelle als docent Engels en is basisvaardighedencoördinator taal
Hoe ben je in het onderwijs terechtgekomen?
Eigenlijk via een kleine omweg. Ik kom uit Noord-Holland en heb daar het atheneum afgerond. Op school werd eigenlijk altijd gezegd: als je atheneum hebt gedaan, ga je naar de universiteit. Daarom ben ik eerst de studie Oude Culturen van de Mediterrane Wereld gaan doen. Al snel merkte ik dat de studie heel theoretisch was: veel lezen, veel leren, maar weinig praktisch. Ook wist ik niet zo goed wat ik er later mee zou kunnen doen. Toen dacht ik: ‘Misschien is docent Engels wel iets voor mij’. Dat idee had ik namelijk al langer. Ik ben toen Engels gaan studeren en uiteindelijk bij de lerarenopleiding Engels op het hbo terechtgekomen. In het tweede halfjaar liepen we al stage. Door corona kon ik dat eerste jaar nog niet echt lesgeven, maar toen ik uiteindelijk voor de klas stond merkte ik meteen hoe leuk ik het vond om leerlingen iets nieuws te leren. Vanaf dat moment wist ik eigenlijk: ‘Dit is wat ik wil doen’.

Hoe zag je loopbaan eruit voordat je in het onderwijs ging werken?
Voordat ik in het onderwijs werkte, was ik vooral bezig met studeren. Die studie heeft me wel een blijvende interesse gegeven in geschiedenis en cultuur. Ik heb de boeken nog steeds in mijn kast staan en als ik in een museum hiërogliefen zie, probeer ik soms nog te kijken of ik er iets van kan lezen. Daarnaast had ik tijdens mijn studie een bijbaan en werkte ik als examentrainer bij een examenbureau. Later werd ik daar ook coach voor nieuwe trainers. Ik hielp hen met hoe ze leerlingen het beste konden begeleiden bij examentraining.
Welke keuzes hebben geleid tot waar je nu bent?
De belangrijkste keuze was dat ik eerlijk tegen mezelf durfde te zijn en besloot te stoppen met mijn universitaire studie. Ik merkte dat die niet bij me paste en dat ik iets praktischer wilde doen.De overstap naar de lerarenopleiding Engels was daarom een heel bepalende keuze. Daarnaast heb ik er bewust voor gekozen om een bijbaan in het onderwijs te zoeken. Daardoor kon ik al ervaring opdoen met lesgeven en het begeleiden van leerlingen.
Wat was een belangrijk keerpunt in je carrière?
Een belangrijk moment voor mij was mijn eerste echte stage na de coronaperiode. Ik gaf les aan een vmbo-klas die best uitdagend was en ik twijfelde soms of ik het wel goed genoeg deed.
Ik probeerde mijn lessen zo creatief en afwisselend mogelijk te maken. Later kwam het jaarboek van die klas uit en daarin stond een lijstje waarin leerlingen hun favoriete docent konden noemen. Tot mijn verrassing werd ik door meerdere leerlingen genoemd, ook al had ik niet alle lessen aan hen gegeven. Toen dacht ik echt: ‘Blijkbaar heb ik toch iets voor hen betekend’. Dat gaf me veel vertrouwen om door te gaan.

Wat zie je als je grootste talent(en)?
Ik denk dat mijn grootste talent zorgzaamheid is. Ik sta echt open voor leerlingen en luister naar wat er speelt.Verder denk ik dat ik goed ben in analytisch denken en creatief omdenken. In het onderwijs loopt een les namelijk bijna nooit precies zoals je hem gepland hebt. Dan moet je snel kunnen schakelen en bedenken hoe je het anders kunt aanpakken. Ik probeer altijd positief te blijven en samen met leerlingen te kijken naar oplossingen.
Heb je een voorbeeld van een moment waarop je talent echt het verschil maakte?
Als mentor heb ik een klas gehad met best veel uitdagingen. Sommige leerlingen hadden een lastige thuissituatie of hadden moeite met hun gedrag en motivatie. In gesprekken probeerde ik altijd positief te blijven en met hen te kijken naar wat er nog wél mogelijk was. Een van de mooiste momenten is wanneer je een leerling kunt bellen om te zeggen dat hij of zij toch is overgegaan. Soms reageren leerlingen dan echt uitbundig aan de telefoon. Dan zeg ik altijd: ‘Je hebt het zelf gedaan’. Maar ik weet ook dat een beetje extra motivatie of een positief zetje soms echt het verschil kan maken.’
Wat drijft je elke dag om dit werk te doen?
Voor mij zijn het vooral de leerlingen die mij drijven. Er zijn natuurlijk dagen waarop je lessen minder goed gaan, maar er zijn ook momenten waarop je merkt dat je echt iets voor een leerling hebt kunnen betekenen. Daarnaast vind ik mijn collega’s ook heel belangrijk. We hebben een vrij jong team en er hangt een fijne sfeer. We helpen elkaar, wisselen ideeën uit en kunnen ook gewoon met elkaar praten als we ergens tegenaan lopen.

Wat zou je willen meegeven aan nieuwe collega's in het onderwijs?
Mijn belangrijkste advies is: wees niet bang om op collega’s af te stappen. Ook als je denkt dat iemand veel meer ervaring heeft of dat je vraag misschien dom klinkt. Door ervaringen en tips met elkaar te delen worden we allemaal beter in ons werk. Bovendien is het heel belangrijk om collega’s om je heen te hebben met wie je kunt samenwerken en bij wie je terecht kunt. Sommige dagen zijn namelijk best pittig en dan is het fijn als je die klus samen kunt klaren.
Hoe zie je jezelf en het onderwijs over vijf à tien jaar?
Ik hoop dat het vmbo-onderwijs in de toekomst een beter imago krijgt binnen onze samenleving. Nog te vaak wordt er neergekeken op onze leerlingen, terwijl juist zij de ruggengraat van onze samenleving vormen. Over vijf tot tien jaar zie ik mezelf daarom graag ook andere rollen binnen de school vervullen, zoals vakgroepvoorzitter of leerjaarcoördinator, en misschien op termijn zelfs teamleider. Tegelijkertijd is één ding voor mij essentieel: ik wil altijd voor de klas blijven staan, omdat daar mijn passie ligt en ik het meeste verschil kan maken voor leerlingen.