Justine Toulouse werkt op Melanchthon Berkroden als docent mens & maatschappij en geschiedenis
Oorspronkelijk kom ik uit België. In 2016, toen ik 21 was, ben ik naar Nederland verhuisd en sinds 2017 werk ik op mijn huidige locatie, Melanchthon Berkroden, als docent. Ik kwam binnen als docent Engels en ben daarna overgestapt naar mens en maatschappij en geschiedenis. Die beide vakken geef ik dus nu al sinds 2018.
Hoe ben je in het onderwijs terechtgekomen?
Na mijn middelbareschooltijd ben ik gelijk op het hbo Engels en geschiedenis gaan studeren in België en na het afronden van mijn opleiding ben ik gelijk begonnen als docent. Eerst heb ik nog een jaartje lesgegeven op het speciaal basisonderwijs in België en ben in 2016, nadat ik verhuisd was naar Rotterdam, begonnen als docent Engels op het Geuzencollege in Vlaardingen. In 2017 hier op Berkroden gestart als docent Engels en daarna M&M en geschiedenis. Op de middelbare school had ik geweldige docenten en het is echt door hun toedoen dat ik ben geïnspireerd om docent te worden. Ze hebben echt veel bij mij teweeggebracht en ik wilde hetzelfde kunnen doen voor andere jongeren.

Hoe zag je loopbaan eruit voordat je in het onderwijs ging werken?
Zoals hierboven omschreven ben ik gelijk na mijn hbo gestart op een middelbare school in Nederland, op het jaartje op het SBO in België na.
Welke keuzes hebben geleid tot waar je nu bent?
Sowieso is het verhuizen naar Nederland een belangrijke stap geweest. Het was voor mij echt enorm wennen om vanuit West-Vlaanderen (vergelijkbaar met de Nederlandse Achterhoek) te verhuizen naar de grote stad. We spreken dezelfde taal maar de cultuurverschillen, zeker in het onderwijs, zijn erg groot. Destijds ben ik me erg gaan verdiepen in hoe het onderwijs hier werkt en vormgegeven is terwijl ik me ook ontwikkelde als jonge docent voor de klas. Daarnaast kreeg ik ook de taak om het lesmateriaal te ontwikkelen voor de onderbouw en dat heeft ervoor gezorgd dat ik de kern van mijn onderwijs kon bepalen en steeds weer op kon reflecteren en verbeteren en zo een kritische kijk heb ontwikkeld op het onderwijs en het docentschap.
Wat was een belangrijk keerpunt in je carrière?
Corona en de bijhorende lockdown was een keerpunt voor mij. Voorheen was ik altijd wel een beetje een vakidioot (zoals vele geschiedenisdocenten), maar toen besefte ik me dat het niet mijn vak was waar ik passie voor had, maar echt voor het onderwijs. Online lesgeven was mijn hel en ik kon niet wachten om weer alle gezichten te zien en met hen gezellig in een lokaal te zitten en echt te ‘onderwijzen’. Voor mij dus het besef moment dat ik houd van lesgeven, niet perse van ‘geschiedenis’.
Hoe word je door school en je leidinggevende gestimuleerd of ondersteund in je (talent)ontwikkeling?
Op mijn locatie is er veel vrijheid in hoe je je onderwijs vormgeeft. Er is wat mij betreft veel vertrouwen in de expertise van docenten waardoor je als docent ook het gevoel hebt je te kunnen ontwikkelen op alle vlakken. Deze vorm van autonomie zorgt ervoor dat je als docent kan blijven ontwikkelen op de punten waarvan jij vindt dat het beter kan. De regie ligt echt in de eigen handen. Er wordt ook met je meegedacht als je leuke ideeën hebt en de organisatie zorgt zo veel mogelijk voor goede randvoorwaarden om je ontwikkeling te ondersteunen, dat is echt een enorme meerwaarde.
Daarnaast kon ik vanaf dit schooljaar deelnemen aan de kenniswerkplaats van CVO. Een plek waar je als docent praktijkgericht onderzoek mag doen op jouw eigen locatie. Ikzelf koos voor een onderzoek naar hoe we meer levensecht kunnen gaan werken binnen de AVO-vakken op het vmbo. Deze kans heeft me, door de hulp van de andere deelnemers en begeleiders van het proces, een boost gegeven in mijn eigen ontwikkeling en heeft me weer kritisch doen kijken naar mijn onderwijs. Onwijs fijn dat dit mogelijk is binnen CVO.

Wat zie je als je grootste talent(en)?
Mijn kracht ligt in het goed georganiseerd en gestructureerd zijn. Leerlingen weten precies wat ze bij mij kunnen verwachten. Tegelijkertijd ben ik sociaal en heb ik een sterk empathisch vermogen waardoor ik makkelijk en natuurlijk kan inspelen op de klassfeer en behoefte van leerlingen.
Heb je een voorbeeld van een moment waarop je talent echt het verschil maakte?
Ik was mij er niet van bewust, maar een tijdje terug had ik een groep waar ik een enorm goede klik mee had. Als afscheid voor hun eindexamen had ik ze allemaal een pen gegeven met een kaartje aan met erop ‘Jij schrijft geschiedenis’. Onlangs kwam 1 van de leerlingen uit deze groep op bezoek bij een open avond en liet ze me zien dat ze dat kaartje heeft bewaard onder haar telefoonhoesje.
Ze is zelf een alternatief type en vertelde een medeleerling die met haar mee was dat ze bij mij echt zelf is gaan nadenken over dingen waar ze eerder anders naar keek, maar tegelijkertijd kon zijn wie ze was.
Dat verhaal emotioneerde me echt heel erg. Het doel waar ik ‘leerlingen wil begeleiden maar in hun waarde wil laten’ was bij haar dus echt geslaagd. En ook al is het er maar 1, daar doe je het dus elke dag weer voor.

Wat drijft je elke dag om dit werk te doen?
Mijn eigen ervaring als tiener. Ik heb zelf in zes jaar tijd zo’n enorme transformatie meegemaakt dat ik ook andere jongeren deze ervaring wil geven. Docenten hebben bij mij echt het verschil gemaakt en hebben niet alleen mijn kennis verruimd maar mij vooral veel vaardigheden bijgebracht om succesvol te zijn in mijn latere leven. Zij hebben het beste uit me naar boven gehaald en tegelijkertijd me in mijn waarde gelaten, wat voor een puber erg belangrijk is.
Deze ervaring leert me dat je als docent echt het verschil kan maken in het leven van jongeren. Tegelijkertijd vind ik mijn vak, geschiedenis, een moreel belangrijk vak voor de toekomst. Ik wil leerlingen belangrijke lessen uit het verleden meegeven om in de toekomst waakzaam te kunnen zijn voor fouten die we eerder hebben gemaakt.
Wat zou je willen meegeven aan nieuwe collega's in het onderwijs?
Heb geduld! Net zoals met het krijgen van een kindje zijn de eerste jaren de tropenjaren. Je gaat lessen geven die geweldig zijn en je gaat diezelfde dag soms ook nog keihard op je gezicht, maar oefening baart kunst. Alle tijd en energie krijg je op een dag terug van de leerlingen, ouders of collega’s. Het is de mooiste baan die er is.
Hoe zie je jezelf en het onderwijs over vijf à tien jaar?
Ik merk dat ik meer impact wil maken dan alleen binnen mijn klaslokaal. Ik zou het leuk vinden om ook op andere scholen of zelfs op een hoger niveau impact te maken op goed, kwalitatief onderwijs waarbij leerlingen met een positieve blik op terugkijken. Hoe dat er precies uitziet weet ik nog niet precies. 1 ding is zeker en dat is dat ik altijd voor de klas wil blijven staan, ook al is het maar 1 of 2 dagen per week.