Cookies

Deze website maakt gebruik van cookies -

PISA-resultaten: verder kijken dan de ranglijst

Onlangs zijn de nieuwe resultaten van het internationale PISA-onderzoek gepubliceerd. PISA staat voor Programme for International Student Assessment en is een onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) naar de kennis en vaardigheden van 15-jarige leerlingen. Daarbij wordt gekeken naar lezen, wiskunde en natuurwetenschappen en vooral naar de mate waarin jongeren hun kennis kunnen toepassen in praktijksituaties. PISA maakt het mogelijk om ontwikkelingen door de jaren heen te volgen en onderwijsresultaten internationaal te vergelijken.

De uitkomsten kregen direct veel aandacht in de media, onder meer voor de leesvaardigheid van Nederlandse jongeren. Daarbij lag de nadruk vooral op de negatieve resultaten. Zo kopte Trouw over een verder verergerde ‘leescrisis’, terwijl verderop in hetzelfde artikel ook positieve resultaten werden benoemd. Elders werd gesproken over experts die ‘alarm slaan’ en ‘werk aan de winkel’. Ook klonk de oproep om te wachten op de minister voor een aanpak.

Onze voorzitter van de raad van bestuur, Harry van Alphen, vindt dat de berichtgeving daarmee te snel een negatief beeld van het Nederlandse onderwijs neerzet.

’De ontwikkeling van de leesvaardigheid moeten we serieus nemen. Maar de manier waarop over PISA wordt bericht, irriteert mij. Er wordt al snel gesproken over een leescrisis, experts die alarm slaan en dat er ‘werk aan de winkel’ is. Daarmee krijgt het onderwijs opnieuw een pak slaag, terwijl er iedere dag ontzettend hard wordt gewerkt en PISA ook positieve ontwikkelingen laat zien.’

Volgens Harry is PISA waardevol, maar moet er verder worden gekeken dan alleen de positie van Nederland op een internationale ranglijst. ’Ik hecht minstens zoveel waarde aan de Staat van het Onderwijs van de Inspectie van het Onderwijs en aan onderzoeken van landelijke wetenschappelijke centra. En voor onze eigen scholen zijn zelfevaluaties, het kritische gesprek over opbrengsten en externe audits misschien nog wel interessanter. Die houden ons een concrete spiegel voor.’

Daarbij hoeven scholen volgens hem niet te wachten op landelijke maatregelen. ’We kunnen zelf handelen. Binnen onze CVO-scholen zien we dat investeren en innoveren werkt. Denk aan stilleesmomenten, rijke schoolbibliotheken, vakoverstijgend taalonderwijs en gerichte begeleiding van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben bij taal.’

Tegelijkertijd blijft CVO breder kijken naar wat jongeren nodig hebben voor hun toekomst. ’We moeten aandacht hebben voor taal en lezen, maar onze ambities gaan verder. Ook op het gebied van klimaat, wetenschap en techniek willen we onze leerlingen blijven uitdagen. PISA kan ons daarbij inzichten geven, maar uiteindelijk weten onze scholen zelf het beste waar hun leerlingen staan en waar verbetering mogelijk is.’

  • Privacy overzicht
  • Noodzakelijke cookies
  • Cookies van derden
  • Aanvullende cookies
  • Privacy en cookies